Wijnaldum, St. Andreaskerk
|
||
| Voorjaarsexcursie 31 maart 2012 | ||
| 1719-1720 |
| Bouw van een orgel door Jan Harmens Camp uit Berlikum. Het houtwerk werd gesneden door Arjen Lous. Het contract werd getekend op 13 februari 1719 en het orgel werd opgeleverd op 12 september 1720. |
| 1725-1748 |
| Onderhoud door Jan Franssen te Zweins. |
| 1750-1768 |
| Onderhoud door Johannes Jans te Zweins (zoon van Jan Franssen). |
| 1772 |
| Schoonmaak, reparatie en frontpijpen gefolied door Pieter Sijbes de Vries uit Leeuwarden. |
| 1774 en 1776 |
| Pieter Sijbes de Vries te Leeuwarden stemt het orgel. |
| 1777-1787 |
| Onderhoud door Jan Feddema te Harlingen. |
| 1790 |
| Reparatie door Johannes Spoorman, Franeker. |
| ± 1800 |
| Onderhoud door Johannes Spoorman, Franeker. |
| 1836 |
| Willem van Gruisen, Leeuwarden: ombouw, nieuwe windlade en levering 4 nieuwe registers, te weten Fluit travers 8 discant, Fluit d'Amour 4, Mixtuur III-IV en Trompet 8 en een aangehangen pedaal. De bestaande orgelkast werd gehandhaafd. |
| 1869 |
| De L. Van Dam & Zn. uit Leeuwarden bouwt een nieuw orgel, met gebruik van de windlade uit 1836/1837 en pijpwerk uit 1720 en 1836/1837. Het wordt op 28 mei in gebruik genomen. |
| 1931 |
| Het orgel wordt herplaatst in een vrijwel geheel vernieuwd kerkgebouw. Voorafgaand aan de grondige kerkrestauratie werd omtrent het orgel advies ingewonnen bij J. Paardekoper, organist van de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Hij adviseert het orgel te behouden. Daarop werd het orgel door A. Pannekoek in samenwerking met de Fa. Vaas & Bron (opvolger van de Fa. Van Dam) gedemonteerd en na de kerkrestauratie weer op dezelfde plaats als voorheen opgebouwd. Er vond enig schoonmaakwerk en herstel plaats en het orgel werd opnieuw geschilderd. |
| 2010 |
| Conserverend technisch herstel naar de toestand van 1869, door Fa. Bakker & Timmenga uit Leeuwarden. Het pijpwerk van het hoofdwerk staat nog steeds op de windlade uit 1836/37, die ooit ingepast is geweest in de kleine orgelkast van 1720. De dispositie van het Hoofdwerk is onveranderd gebleven. Het Dwarswerk heeft in plaats van een Gemshoorn 2 een Woudfluit 2. Op de gereserveerde plaats op het Dwarswerk kwam een Quintfluit 3. Adviseur is Stef Tuinstra. Op 19 november werd het orgel weer in gebruik genomen. |
| Dispositie |
| Hoofdwerk, C - f''' | Dwarswerk, C - f''' | ||||||
|
Bourdon Prestant Holpijp Octaaf Fluit d' Amour Quintprestant Octaaf Mixtuur Trompet B / D |
16' 8' 8' 4' 4' 3' 2' III-IV 8' |
Fluit Dolce Viool de Gambe Fluit travers Gemshoorn |
8' 8' 8' 2' |
||||
| Pedaal, C - f' | Werktuigelijke registers | ||||||
|
Aangehangen Toonhoogte: 435 Hz Temperatuur: evenredig zwevend Winddruk: 53mm |
Manuaalkoppel Tremulant DW 2 afsluiters Muette Windloser |
||||||
| Prélude uit 4e Engelse Suite in F Johann Sebastian Bach (1685-1750) |
| Organist | : | Theo Jellema |
| Duur | : | 5 minuten en 38 seconden |
| Bron | : | Eigen liveopname Stg. Organum Frisicum uit 2012 |
| Producent | : | Webmasters Stg. Organum Frisicum |